Blogs

Weet jij waarom huizen een nummer hebben? Ontdek het echte verhaal hier!

Geschiedenis huisnummers

Sinds mensen vast in huizen wonen, moet je kunnen vertellen waar iemand woont. Eerst waren dat hele lange beschrijvingen.
In de Middeleeuwen gingen mensen die beschrijvingen steeds korter maken. De straatnamen uit die tijd hebben te maken met de omgeving, bijv: de Vismarkt, Kerkstraat, Schoolstraat. De oudste straatnamen dateren uit de twaalfde eeuw. Daarvoor werden de straten niet opgeschreven.

Pas in 1851 is in de Gemeentewet vastgesteld dat straatnamen officieel moeten worden vastgelegd. Vanaf die tijd worden ook bordjes geplaatst. Straatnamen worden onderdeel van de administratie. Belangrijk voor politie, brandweer, ziekenwagen. 
 
De huisnummering werd ingevoerd in de Franse tijd, zo rond 1800. Vóór die tijd hadden huizen een naam met een bijpassend huisteken (bijv. Huis de Eenhoorn had een huisteken in de vorm van een eenhoorn buiten hangen). De wapenschilden van kroegen en de zware, smeedijzeren borden van handwerkers waren niet erg geliefd, omdat ze vaak het licht tegenhielden en soms op de hoofden van voorbijgangers vielen.

 De huizen op de Parijse brug Pont Notre-Dame kregen in 1512 als eerste nummers.

13 jaar eerder was de oude houten brug ingestort, en er kwam een nieuwe van steen. Boven op de stevige constructie werden 68 gelijke etagewoningen gebouwd, en om ze beter uit elkaar te kunnen houden werden ze voorzien van vergulde cijfers. Aan de ene kant van de brug kregen de huizen even nummers, en aan de andere kant oneven nummers.

Huisnummers geschiedenis

Nummering was natuurlijk praktischer en eenduidiger. Nummering was nodig omdat de overheid alle huizen goed in kaart wilde brengen voor het kadaster, in verband met de belastingheffing. Aanvankelijk werden de huizen wijksgewijs genummerd, dus bijvoorbeeld Wijk A, nr. 1, nr. 2 enz.  Later begreep men dat dit een ingewikkeld systeem was en al rond 1800 besloot men bijvoorbeeld in Amsterdam om in plaats van per wijk per straat te gaan nummeren. Dan begon men bijvoorbeeld aan de Prinsengracht N.Z. aan den Amstel met nr. 1, 2, 3, enz. tot en met nr. 464 aan de Brouwersgracht. Alle huizen aan de Prinsengracht waren daarmee in kaart gebracht. In die tijd wordt dus nog geen onderscheid gemaakt tussen even en oneven nummers. Ze nummeren gewoon door van 1, 2, 3 enz.

In de negentiende eeuw is er doorlopend sprake van hernummering. Omdat er nieuwe huizen bijkwamen, maar ook omdat men soms van systematiek veranderde. De overheid vond het handig om de even nummers aan de ene kant van de straat te doen en de oneven nummers aan de andere kant van de straat. Zo kon de overheid alles overzichtelijk in kaart brengen voor de huizenbelasting.